In Mijn eeuw, mijn vrienden en vriendinnen is de ‘enige dandy van de Sovjet’ Anatoli Mariëngof (1897-1962) afwisselend melancholisch, lyrisch, liefdevol, geestig, onderhuids en beeldend. Zéér beeldend, Mariëngof was immers een van de drie grondleggers van het Russische Imaginisme. In deze memoires blikt hij terug op zijn leven en het verlies van twee dierbaren, ondertussen de lezer bijlerend over hem, zijn eeuw, de literatuur. Privé-domein nr. 321.

Scheiden, een ooit vermist, nu heruitgegeven meesterwerk, is de enige roman van de Hongaars-Amerikaanse schrijfster Susan Taubes (1928-1969). In het verhaal is scheiden niet alleen een kwestie van een verbroken huwelijk, maar ook een afscheid van het vaderland van hoofdpersonage Sophie Blind, een afscheid van haar jeugd in Boedapest, van haar moeder, van het leven zelf. Een rijke, autobiografische roman voor liefhebbers van het werk van Margaret Atwood en Susan Sontag.

School voor zotten is het verhaal van een ongewone held, een jonge bewoner van een inrichting voor geestelijk gehandicapten. De jongen probeert in het reine te komen met de dood van zijn dierbare mentor en met zijn onbeantwoorde liefde voor zijn lerares. Zijn herinneringen aan jeugdzomers vallen samen met het heden, de doden zijn nog in leven en de geliefde is alom aanwezig. Deze roman van Sasja Sokolov (1943) laat zich eveneens lezen als metafoor voor het leven in de Sovjet-Unie, of Poetins Rusland, waar outsiders en dissidenten in psychiatrische inrichtingen of kampen worden opgesloten. En waar leven en liefde ondanks dictatuur doorgaan.

In de drie generaties omspannende familieroman Leugens en tovenarij van Elsa Morante (1912-1985) doet Elisa, een jonge vrouw uit Zuid-Italië, haar afkomst uit de doeken aan de hand van de sprookjes en leugens die haar verwanten zichzelf en elkaar vertelden. Op basis van nagelaten brieven reconstrueert ze hoe haar grootouders elkaar leerden kennen en hoe haar ouders na moeizame amoureuze verwikkelingen uiteindelijk tot elkaar kwamen. Een verhaal van gefnuikte dromen en bedrogen liefdes – van familieliefde en familiehaat. Een epische en magistrale roman voor liefhebbers van auteurs als Elena Ferrante en Silvia Avallone.

Het is 1928. Een onbekende jonge schrijver huurt een huisje in Urakasu, een vissersstadje dat qua afstand niet ver van Tokyo ligt, maar waar hij zich bijna op een andere planeet waant. Daar koopt hij een wrakkig bootje waarmee hij de omgeving verkent, en tegelijkertijd leert hij de bevolking van het stadje kennen. Zo komt hij meer aan de weet over ‘emmergekken’, filosofische vissers, ondernemende schooljongens, eenden, krabben en strandkastanjes. De sfeer en lichte toon maken dat de roman De blauwe schuit ongeëvenaard is qua humor en stille tragiek. Shugoro Yamamoto’s (1903–1967) verbeeldingskracht is onweerstaanbaar; veel scènes raakt de lezer nooit meer kwijt.

De in Nederland totaal onbekende klassieker Het land van weinig regen van Mary Austin (1868-1934) geldt in de Verenigde Staten als de voorloper van de grote twintigste-eeuwse Amerikaanse natuurschrijvers zoals Annie Dillard en Barry Lopez. In haar levendige beschrijvingen van het gebied dat tussen de hoge bergketens ten zuiden van Yosemite en Death Valley ligt, deelt Austin genereus haar liefde voor het land en de zorgen voor de natuur en cultuur. Austin was haar tijd ver vooruit en was van mening dat de mensheid om sociale harmonie te bereiken met de natuur moet samenwerken. Haar nog steeds bijzonder actuele verhalen gaan over de schadelijke invloeden van de mens op de natuur, waaronder het verspillen van weiden door grazende kuddes en de onophoudelijke winning van mineralen.

Een slaperige Amerikaanse buitenwijk. Dorothy wijdt zich aan het huishouden en wacht tot haar man thuiskomt. Romantiek is wel het laatste wat ze verwacht. Dan hoort ze een vreemde aankondiging op de radio over een monster dat zojuist is ontsnapt uit het Oceanografisch Onderzoeksinstituut… Mevrouw Caliban van Rachel Ingalls (1940-2019) is door recensenten vergeleken met King Kong, de verhalen van Edgar Allen Poe, de films van David Lynch, Beauty and the Beast, The Wizard of Oz, E.T., Richard Yates’ huiselijke realisme, horrorfilms en de sprookjes van Angela Carter. Dat zo’n bescheiden novelle zo’n keur aan elementen kan omvatten, is het bewijs van zijn verrassende en unieke charme.

De Wolga ontspringt in Europa is een mythisch reisverslag langs de wreedheid van de Tweede Wereldoorlog. Curzio Malaparte (1898-1957) bevond zich als enige correspondent midden in de Tweede Wereldoorlog aan het Russische front, waardoor hij waardevolle getuigenissen kon afleggen. Hij volgde het spoor van de oprukkende tanks in de Oekraïne en onttrekt de verhalen aan de loopgraven rond het bevroren Leningrad. Zijn kronieken, geschreven tussen 1941 en 1943, weerspiegelen de confrontatie van twee Europese ideologieën en vormen tegelijkertijd een aangrijpend verslag van de vele kleine incidenten in het dagelijkse verloop van de oorlog. Juist nu de troepenmachten weer worden opgebouwd en het wapengekletter het luidst klinkt sinds de val van Sovjet-Unie moeten we Malaparte lezen om te kunnen begrijpen wat de deerniswekkende gevolgen zijn van op elkaar botsende wereldbeelden.

Drie zomers is een warm en teder verhaal over drie zussen die opgroeien op het prachtige platteland net buiten Athene, voor de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Ze wonen in een groot oud huis met hun gescheiden moeder, opmerkelijke tante en grootvader. De dromerige maar rebellerende jongste zus Katerina vertelt het verhaal van haar flirterige, heethoofdige en oudste zus Maria, de mooie maar in zichzelf gekeerde middelste dochter Infanda en Katerina’s eigen ervaringen en gevoelens. Gedurende drie zomers delen en verbergen zij geheimen, worden ze verliefd, trachten ze de wereld van de volwassenen te begrijpen en proberen ze uit te vinden wat voor volwassenen zij zelf hopen te worden. Op tijdloze en krachtige wijze onderzoekt Margarita Liberaki (1919-2001) wat het betekent om een jonge vrouw te zijn, en welke verwachtingen en uitdagingen dat met zich meebrengt.

De overgang van Venus wordt gezien als het meesterwerk van de Australische schrijfster Shirley Hazzard (1931-2016). Het is het verhaal van twee weeskinderen, de zussen Caroline en Grace Bell. Ze verlaten na de Tweede Wereldoorlog Australië om een nieuw leven te beginnen in Engeland. Caro is de impulsiefste van de twee en stort zich in allerlei avonturen en relaties die tot mislukken gedoemd zijn. Met de jaren leert ze dat liefde en lust eigenlijk vooral verdriet opleveren. Grace daarentegen is kalm en rustig, en haar huwelijk lijkt lange tijd gelukkig te zijn. Door de decennia heen kruisen de paden van de zussen elkaar. Welke keuzes ze ook maken, en hoe ver ze ook van elkaar verwijderd zijn, hun levens zijn voor altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden.